Skip to content

Kirsha

Je kreeg klachten. Je was nog maar 57 jaar.  Jouw vingers en tenen deden raar. Verkrampten. Minder kracht en controle over je handen. Volgens de huisarts zat het tussen de oren; waarschijnlijk stress. De klachten werden alleen maar erger. Werken in je zo geliefde winkel ging niet meer. Het inpakken van cadeautjes en de hele dag staan waren onmogelijk geworden. Maar wat had je een goede werkgever. Je mocht naar kantoor. Je had het daar enorm naar je zin.

Inmiddels was er een diagnose gesteld: parkinson. Je kon steeds minder. Lopen werd een probleem en jij en papa waren gedwongen het huis te koop te zetten. Al die trapjes in tuin en huis waren niet meer te doen voor je. Wat ben ik dankbaar dat we samen nog naar Barcelona zijn geweest. Het was een reis met een huil en een lach. Je genoot. Maar wat was het zwaar voor je. Je was vaak vermoeid.

Papa ging met pensioen, jij stopte met werken en jullie hoopten toch te gaan genieten. Met parkinson kan je immers best oud worden. Maar jullie wens, jullie hoop, werd snel verstoord. Onderzoek na onderzoek. Wat ging je hard achteruit. En wat had ik al lange tijd twijfels over de diagnose. Ook slikken en praten ging moeizaam. Ik begon je langzaam kwijt te raken. De band die we samen hadden. Het dagelijks telefonisch contact wat moeilijker ging. De leuke dingen die we regelmatig deden werden niet meer mogelijk.

Daar was het moment dat je jouw eigen euthanasieverklaring ging opstellen. Letterlijk aanvinken en omschrijven op welke momenten het leven voor jou niet meer hoefde. Vooral als je niet meer kon communiceren, mocht het van jou over zijn. Regelmatig lag je in het ziekenhuis. Maar ook zij wisten het niet meer. Je werd vervolgens overgeplaatst. Jouw ademhaling stopte er soms mee. Ik heb zo’n moment van dichtbij meegemaakt. Wat een angst in jouw ogen. Toch mocht je weer even weg, maar een paar dagen later werd je alweer opgenomen. Toen kwam het nieuws dat de diagnose parkinson niet klopte. Het was ALS. Die vreselijke spierziekte. Maar konden ze parkinson dan echt bij je uitsluiten? Nee, maar verder onderzoek hierna, daar begonnen ze niet aan.

In die tijd kreeg ik de sleutel van een huis in Noordwijk. Ik ging samenwonen. Het lukte mij niet om te helpen met schilderen. Mijn eigen moeder lag in het ziekenhuis. Precies op mijn veertigste verjaardag zat ik bij jou in het ziekenhuis. Jij inmiddels op de intensive care. In de tussentijd had ik een afspraak met de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis. In het gesprek hoorde ik dat jij alleen nog maar leefde om mijn huisje nog te kunnen zijn. Je was zo jaloers. Vlakbij het strand waar jij zo verliefd op was. Ze konden niets meer voor je doen. Alleen maar iets vergemakkelijken. Het ziekenhuis ging dan ook snel aan de slag om alles in orde te maken om jou naar huis te krijgen. Dit met alle hulpmiddelen en de juiste thuiszorg.

Op een vrijdag mocht je dan eindelijk weer naar huis. De eerste momenten ging het best wel. Maar zondag kwam daar het telefoontje. Ik moest komen. Ik pakte mijn spullen en ben niet meer bij je weggegaan. Je kon niet meer praten, maar ik was zo blij dat ik je begreep via je ogen. Dit laat mij nog steeds voelen hoe intens onze band was. Het doet verschrikkelijk pijn dat je zelfs niet naar mijn huis kon komen kijken. Via Stichting Ambulancewens hadden we dit vormgegeven. De afspraak stond al. Maar het werd al snel duidelijk dat je dit niet meer ging halen.

Maandag had je een goede dag. Ik belde direct Stichting Ambulancewens en zij trommelden direct een IC-verpleegkundige en chauffeur op. Anderhalf uur later was jij op weg naar ons huisje in Noordwijk. Ik had direct de familie opgetrommeld. Iedereen kwam direct naar Noordwijk. Je hebt mijn huisje gezien ben nog naar het strand geweest. Wat heb jij nog even genoten. Daarna besloot je, zoals wij allemaal al wisten, dat het genoeg was geweest. Woensdag besloot je om de euthanasie door te zetten. Vrijdag zou jouw laatste dag worden. Je kon bijna niet wachten.

Ik heb de laatste dagen als DJ mogen spelen. Samen met jou heb ik de muziek vormgegeven. Je wilde steeds de muziek horen die je had uitgekozen. Continu wilde je weer even een ander nummer horen. Misschien wilde je toch nog wel veranderen van keuze. En je wilde één rode roos. Rood, de kleur waar jij zo gek op was.

Lieve mama, ik hoop dat je de uitvaart hebt gehad die jij graag wilde. Iedereen een rode roos en wat roods aan. Een bloemenzee. Ik mis je en dat wordt niet minder. Het wordt misschien wat draagzamer. Twee jaar geleden heb ik mijn leven omgegooid, heb ik gekozen om mijn droom na te jagen. Want één ding heb ik geleerd: ik ga niet wachten tot mijn vijfenzestigste. Jij hebt dat niet mogen halen. Ik weet dat we elkaar weer een keer tegen gaan komen. Ik ben er trots op dat jij mijn moeder was, bent en altijd zal blijven.