Skip to content

Helga

De dood is de enige zekerheid in het leven. Alleen het hoe, waar en wanneer is de onzekere factor.

Ik was 18 jaar toen ik de opleiding verpleegkundige ging volgen. Amper 3 maanden later zat ik beroepsmatig naast het bed van een stervende man. Ik was erbij toen hij zijn laatste adem uitblies. Ik zag het leven uit het lichaam verdwijnen en het lichaam dat hij achterliet veranderen naar een zielloos huis van een persoon die er niet meer was.

Een jaar later werkte ik op de afdeling verloskunde. Daar mocht ik getuige zijn van mijn eerste geboorte van een nieuw mens. Ik zag het jongetje nu los van zijn moeder zijn allereerste teug adem nemend onze wereld binnen komen. Ook hier zag ik het lichaampje veranderen. Nu van een stille serene rust, net uit de moeder, in een enorm vol met levensenergie nieuw mensenkind.

De eerste ademteug en de laatste…. alles wat daartussen zit is ons leven.

Ik ken mijn vader eigenlijk niet in mijn herinnering zonder ziekte. Zonder een fysiek defect. Eigenlijk kun je wel zeggen dat alles wat er aan hart en bloedvaten gesleuteld kan worden bij mijn vader wel is gebeurd. En toch was hij nooit ziek! Dat klinkt gek, maar als er een defect was, liet hij het opknappen door doctoren en ging weer verder met leven. Want daar was hij enorm goed in. Vooral de geneugte van het leven. Lekker eten en drinken, toen hij nog rookte; zijn sigaretjes, vakanties, uitjes. Mijn vader was kunstenaar in genieten.

Maar zijn lichaam beperkte hem steeds meer. En steeds meer geneugtes werden hem afgenomen om te kunnen blijven leven. Eerst zijn sigaretjes. Mijn vader was geen verslaafde roker, maar een genotsroker. Intens genieten kon hij van zijn eerste peukie met een kop koffie. Nou waren er inderdaad wel zo’n 25 genotsmomentjes op een dag. Maar echt, het was geen stress-roker omdat hij nicotine nodig had. Het waren zijn genietmomentjes. En zo was dat met alles. Hij genoot gewoon van het leven. Steeds meer moest hij inleveren. Steeds minder kon zijn lichaam verdragen. Uiteindelijk moest mijn vader gedialyseerd worden.  Zijn lichaam werd zwakker en zwakker. Lopen ging nauwelijks verder dan van de stoel naar het toilet.

Op een moment lagen mijn vader en moeder tegelijk in het ziekenhuis. Gelukkig wel hetzelfde ziekenhuis. Papa op 2 hoog, mama op 3. Mama kon niet naar jou op bezoek. Jij wel naar haar, als je benen het maar deden. We hebben toen een opvouwbaar scootmobieltje voor je gekocht. Ik heb je nog nooit zo blij gezien. Je scheurde direct naar mama op je ‘rode Ferrari’. Dat ding is tot je dood je benen geweest. Je had je vrijheid weer terug.

Jullie gingen verhuizen. Jullie waren te vaak ziek en woonde te ver bij ons vandaan waardoor we niet voor jullie konden zorgen. Jij had daar moeite mee. Maar het was wel jij die als eerste weer gesetteld was, je aansloot bij de herensoos en weer genoot.

Wat ik echt altijd zo knap van je vond en waar jij echt mijn grote voorbeeld in bent is jouw kunst om te genieten. Je ging van een leven met uitzonderlijk veel vakanties en verre reizen, lekker eten en drinken, naar een leven waarin je drie keer in de week gedialyseerd werd. Hierdoor was je die dagen echt ziek, kon je nauwelijks eten binnenhouden en kon je geen kant op. En zelfs daartussen door kon jij momenten vinden om te genieten. Van je kinderen en kleinkinderen. Van het lekkers wat wij meenamen.

Ik herinner me nog dat ik verse paling voor je meenam. Daar was je altijd gek op. Vol genot zat je de paling van zijn velletje te ontdoen, hem af te kluiven; beetje smakkend en zuigend. Dit met je ogen half dicht, om 5 minuten later alles er weer uit te gooien omdat je lichaam het niet accepteerde. Zonde zei je dan, maar het was wel lekker. Op het laatst at je alleen nog maar waterijsjes. Je werd steeds zwakker en magerder, tot je besloot dat het genoeg was geweest. Je vroeg zelfs nog onze toestemming of wij het er mee eens waren. Ach Papa, ik snapte het zo goed. Dit leven paste niet bij je. Een leven zonder geneugtes. Je stopte met dyaliseren. Geen vochtbeperking meer! Geen dialysekaters meer. Geen eiwit-, suiker-, vetbeperking meer. Na het uitspreken van je besluit nam je een borrel. De eerste sinds……? De dag daarna een biertje met je zoon en haring, roomijs en een kroket. Je genoot!

We wisten dat als jij stopte met dialyseren dat je niet langer dan 1 a twee weken in leven zou blijven. Ik was ondertussen ook verhuisd en woonde in hetzelfde gebouw als jullie. Heerlijk was dat. Ik kon gewoon op mijn pantoffeltjes eten brengen, bij je zijn. Je hebt zelf je kist en bloemen uitgezocht en je kaart samen met je kleindochter Rosalie, die zo goed kan tekenen, ontworpen. De foto uitgezocht die op de kaart moest, de foto voor op je kist. Als muziek wilde je carnavalsmuziek. Maar dat ging mama te ver. Dus liet je dat dan maar aan ons over. Jij kon het toch zelf niet meer horen. De dagen verstreken en elke dag zag ik de pretlichtjes in je ogen kleiner worden. Wat zou jij het leven missen. En opeens was het zover. In ons bijzijn ademde je voor de laatste keer uit.

Tijdens de uitvaart werden er foto’s van jou getoond; lachend, genietend, levend. En zo zal ik je ook herinneren: levensgenieter eerste klas! Je bent nu al twee jaar niet meer in fysieke vorm bij ons. Maar ik heb jou nog geen dag gemist omdat ik dat je vrij bent op de plek waar je nu bent. En dat wat jou jou maakte er gewoon nog is. Het zit in mij. Het zit in mijn broer. Het zit in mijn kinderen. Het zit in de kinderen van mijn broer.

Dank je wel papa voor deze erfenis. Dank je wel voor jouw positiviteit. Dank je wel voor de kunst om te genieten. Dank je wel om dit ook te kunnen delen met anderen. Je lichaam is dan wel dood, maar jij niet! Jij bent er; elke dag in ons.